Catalogus 1840 ‘Hasslauer & L. Fiolet Successeurs de Gambier’

De oudst bekende catalogus van Gambier. Datering ongeveer 1840 gezien de vermeldingen van deelneming van het bedrijf aan exposities in 1839. Er staan in deze catalogus 287 pijpen afgebeeld die verdeeld zijn in 11 series steelpijpen en 6 series manchetpijpen. Het hoogste vormnummer is 455. Deze catalogus stamt uit de periode waarbij de gladde “Hollandaises” nog steeds een belangrijke plaats innemen maar geleidelijk verdrongen gaan worden door geheel figurale pijpen. Er is nog een grote hoeveelheid gladde steelpijpen leverbaar maar de figurale manchetpijpen nemen al een belangrijke plaats in. De figurale steelpijpen wijken nog wel af van de latere “fantaisies”. Het zijn overwegend gezichtpijpen met een aanzienlijke steellengte van ongeveer 25,5cm en een afgesneden steeleind. De latere figurale steelpijpen die in de catalogus van 1868 “fantaisies” genoemd worden hebben kortere stelen (rond de 12cm) en een knoopmondstuk. Dat een knoopmondstuk rond 1840 nog een uitzondering was blijkt uit de aparte vermelding van drie modellen met een steeleind “à bouton”. (40bis, 41bis en 200) Een aparte groep wordt gevormd door de “Têtes de pipes en terre rouge de Constantinople”. Deze groep bestaat uit een aantal Hongroises en een aantal modellen gebaseerd op de Turkse tsjiboek. Deze groep zien we in de latere catalogi, met uitzondering van 1908, niet meer terug. In de catalogus van 1908 zien we een drietal Hongroise modellen (2014, 2015 en 2016) afgebeeld die lijken op de nummers 205 en 206 uit de catalogus van 1840. collectie David Higgins

Bekijk de catalogus

Inventarisatielijst 1858

Deze lijst waarin de voorraad wordt opgesomd van de groothandel van monsieur Beaumont te Parijs in de Rue de L’arbre sec 20 met als hoogste vormnummer 999 geeft een mooi beeld van het assortiment op dat moment. Met behulp van deze lijst was het mogelijk weer een aantal gaten te dichten in mijn catalogus maar ook bleek dat de benaming van veel modellen afwijkt van de benaming zoals we die in de Gambier catalogi tegen komen. Ik zal hieronder een paar opvallende dingen opsommen.

Gambier had bij de figurale pijpen een aantal modellen in het assortiment die in de catalogi “Maure de Barcelonne” genoemd worden. Deze benaming komen we tegen tussen 1868 en 1894. In de lijst uit 1858 blijken deze modellen al geleverd te worden alleen is de benaming in alle gevallen: “Taïtien”.

Een bekend Gambier model is “le Rieur”. Onder de verzamelaars is bekend dat er een kleine Rieur en een iets grotere bestaat. Van deze grotere werd altijd beweerd dat het zou gaan om een vroeger model. In de lijst uit 1858 blijken ze beiden afzonderlijk vermeld te worden. Namelijk: er bestaat een Rieur petit en een Rieur grand, beide met vormnummer 426.

In de catalogus van 1896 zien we dat bepaalde Marseillaises aangeduid worden met “Basque”. Deze benaming blijkt al gebruikt te worden in de lijst van 1858. (nummers 633, 793, 831 en 925 als “Néo Basque”)

Van de fraaie manchetkop die bekend staat als Pie IX met vormnummer 546 bestaat een kleinere variant. Tot op heden was het vormnummer wat op de pijp zelf ontbreekt onbekend. De lijst uit 1858 bracht het volgende aan het licht. De grote Pie IX staat omschreven als “Pape”, op nummer 446 staat in de lijst een tweede “Pape”. Hiermee wordt vermoedelijk de kleinere variant bedoeld.

Gambier leverde een aantal modellen met afgeplatte steel die doorliep tot ongeveer 3 cm van het mondstuk. Dit laatste stuk steel werd met een touwtje omwikkeld. Bij o.a. de modellen 975 en 977 zien we rond 1900 de benaming “neofil” gebruikt worden. Al lijkt dit een moderne aanduiding voor deze pijpen, in de lijst van 1858 werd hij ook al gebruikt.

De benamingen “fantaisie” en “néogène” worden ook al gebruikt in deze lijst.

In deze lijst is ook het assortiment van Fiolet opgenomen. Gambier had samen met Fiolet en de groothandel van monsieur Beaumont een verkoopovereenkomst over de verkoop van hun producten in Parijs en omgeving. Over deze overeenkomst vertel ik later meer.

Bekijk de catalogus

Catalogus 1868. “Vve Hasslauer successeur Gambier”

(Imprimerie L. de Lacourt te Givet)

In deze catalogus zijn inclusief de niet afgebeelde modellen 660 verschillende pijpen opgenomen. Steelpijpen worden incidenteel afgebeeld met de gehele steel, meestal worden ze met een deel van de steel met een breuklijn afgebeeld. Wanneer het steeleind qua vormgeving afweek van het gedeelte wat getoond werd zien we soms het steeleind apart getekend. (bijv. nr.612 Palmier verni) De figurale steelpijpen worden “fantaisies” genoemd, figurale pijpen van uitzonderlijk klein formaat worden voor het eerst “mignonnette” genoemd.

In deze catalogus zien we een aantal nieuwe producten van Gambier verschijnen zoals de “Taxile” pijpen, “Pipes a reservoir” (met afschroefbare kop) en de “Crême Gambier” pijpen. In deze catalogus komen een aantal pijpen voor die Napoleon III en zijn echtgenoot Eugénie uitbeelden. (nr.840-Empereur pt., nr. 842-Empereur gr., nr. 844-Impératrice gr., nr. 926-Impératrice pt. en nr.211- Fantaisie Impératrice) De populariteit van deze pijpen zal kort na het verschijnen van de catalogus tot een dieptepunt gedaald zijn door het verlies van de door Napoleon III ontketende Frans-Duitse oorlog in 1870. In latere catalogi komen we deze pijpen ook niet meer tegen. Ook de veelbesproken kop nr.800- “Le Christ” is alleen in deze catalogus afgebeeld om daarna te verdwijnen uit het assortiment.

Bekijk de catalogus

Supplement op de catalogus 1868 uit 1871

(Imprimerie L. de Lacourt te Givet)

Respectievelijk drie en zeven jaar na publicatie van de catalogus 1868 verschijnen twee aanvullingen waarin de nieuwste modellen opgenomen zijn. In het eerste supplement zien we een aantal fraaie steelpijpen met een decoratie die doorloopt over het grootste gedeelte van de steel. Deze modellen werden uitsluitend in witte klei geleverd, zonder emaille. (nr.1264 “Cariatide”, 1266 “La Veille d’Austerlitz en 1267 “Flore”. De Cariatide wordt hier nog zonder kijkglaasje afgebeeld. (zie omschrijving in de catalogus) Het assortiment “Crême Gambier” pijpen wordt in 1871 uitgebreid met 4 modellen en in 1875 nog eens met 13 modellen. De zgn. mignonnettes worden in het eerste supplement met 7 modellen uitgebreid. Een opvallende groep in het supplement van 1871 zijn de nrs. 1292 t/m 1295. Deze Anglaises waarvan drie met bijzonder lange stelen en gelakt mondstuk zijn bedoeld voor de export.

Bekijk de catalogus

Supplement op de catalogus 1868 uit 1875.

In het supplement van 1875 zijn drie bijzondere steelpijpen opgenomen die het verdriet rond de Frans-Duitse oorlog uit 1870/1871 symboliseren. Het gaat om nr.1317 “Alsace” met op de achterzijde van de ketel het jaartal 1871, nr.1335 “Strasbourg” met het gezicht van een vrouw met rouwsluier en nr.1337 “Metz” met het hoofd van een verdrietig kijkende stedenmaagd. Bij deze drie steelpijpen hoort nog een vierde met een karikatuur van Napoleon III en de Duitse keizer. (nr.1306 “Deux empereurs”)

Deze supplementen zijn niet voorzien van bladzijdennummering maar zijn door mij voorzien van een nummer om het zoeken te vergemakkelijken.

Bekijk de catalogus

Catalogus 1879 Vve Hasslauer & de Champeaux successeurs

(Imprimerie A. Pouillard te Charleville)

De catalogus van 1879 is voorzien van een nomenclature en geeft een vrij compleet beeld van het assortiment van Gambier op dat moment. In de catalogus zijn 876  illustraties opgenomen. De pijpen zijn nog duidelijker gegroepeerd dan bij de voorgaande catalogi. De eerste 29 pagina’s worden gevuld met manchet pijpen in 6 verschillende series. Bij de “fantaisie” pijpen worden de eerste 8 pagina’s gebruikt om de meest opvallende modellen te tonen met als aanduiding “fantaisie extra”. De zogenaamde mignonnettes worden nu op twee aparte pagina’s getoond terwijl ze eerder bij de normale modellen stonden. Een aantal pijpen die we voor het eerst in het supplement uit 1875 zien is nu bij elkaar geplaatst als “fantaisies Ste Hélène”.

Een nieuwe serie wordt gevormd door de zgn. “Grande marque” pijpen. (nrs.1370 t/m 1383)

Het betreft bestaande pijpmodellen gemaakt van terre extra blanche die voorzien worden van een riempje of jarretelbandje bij de steelaanzet. Op de ketel het Gambier merk in schuinschrift. Tevens zijn er onder deze groep een aantal nieuwe modellen te zien zoals nr.1370 “Forme Belge, ornée de côtes et filets” en nr.1371 “Gland et Feuilles de chêne”. Grappig detail is de “Borraine Extra grande” met vormnummer 800. Dit model kwam in de catalogus van 1868 al voor maar dan zonder vormnummer. Nummer 800 was toen “Le Christ”. Met het verdwijnen van de Christuskop is het vormnummer 800 toegekend aan de Borraine.

Bekijk de catalogus

Catalogus 1886 Vve Hasslauer & de Champeaux successeurs.  

De catalogus van 1879 telt 143 pagina’s. In 1886 komt er een supplément waarbij de telling van de bladzijdes doorloopt van 144 tot en met 155. De vormnummers lopen 1416 tot 1484. Dit supplement valt op door de manier van tekenen die veel minder in detail is dan in de voorgaande catalogus van 1879. Bij de ongeveer 70 nieuwe modellen zitten fantaisies waaronder 1422 en 1423, Gervaise en Mes de Bottes de l’Assommoir. Bij de manchetkoppen wordt in deze catalogus voor het eerst de bulldog getoond, het is bijzonder dat hij hier in twee formaten getoond wordt. De 1420p is een fractie kleiner dan 1420, deze kleinere variant heb ik nog nooit gezien en wordt later ook niet meer in de catalogie getoond. Een andere kop die opvalt is nummer 1416, Tête Fantaisie Sheer Ali. Dit kleine kopje lijkt veel op een Jacob en zien we in latere catalogi niet terug. Nummer 1471 en 1471 bis, ‘Mousseline’ zijn opvallend fijne en fragile steelpijpen met een naar voren stekende hiel en een ketel die naar achteren helt.

De catalogus van 1879 en het supplement van 1886 worden later samengevoegd en in 1 nieuwe catalogus uitgebracht.

Bekijk de catalogus

Prix-courant 1896 Quentin & Cie successeurs

De datering van deze catalogus is al een tijdlang een punt van discussie. Vanwege het kleinschalige aanbod van kleipijpen (393) en het aanbod van houten pijpen werd dit boekje door een aantal verzamelaars gedateerd rond 1920. Deze datering is ook door Francis van Parys gebruikt. Een andere reden waardoor het boekje als vrij laat ingeschat werd is het gebruik van hoge vormnummers bij de kleipijpen. (tot nr.2188). Nadere studie door Don Duco was aanleiding om deze prijscourant te dateren rond 1896. Dit boekje is niet te vergelijken met de catalogus uit 1894 waarin bijna het complete assortiment aan kleipijpen is afgebeeld. Het gaat hier meer om een prijscourant met een beeld van het assortiment op rokersgebied wat beschikbaar was in Parijs in het magazijn op de Rue de Bondy. Zo worden er vele houten pijpen getoond, carottes voor aan de gevel, tabaks- en sigarendozen en zelfs een balans voor het afwegen in ‘le bureaux de tabac’. De prijzen die vermeld staan bij de Gambier kleipijpen komen nagenoeg overeen met die in de catalogus van 1894. Hoe zit het dan met de hoge vormnummers die we tegenkomen in deze prijscourant? Wanneer we de wat onduidelijke tekeningen van deze pijpen goed bekijken blijken het bijna zonder uitzondering de gemonteerde modellen te zijn die we in de catalogus van 1894 tegenkomen op de bladzijden 122 t/m 126 maar dan met lagere vormnummers. De nummering van deze pijpen moet meer als een bestelnummer gezien worden. Zo zien we als voorbeeld de pijp “rose au talon” (nr.1555) in de prijscourant twee keer. In het ene geval in terre blanche met nr.2072, in het andere geval gecalcineerd met nr. 2135. Deze nummering komen we in latere publicaties niet meer tegen.
Op de omslag van deze prijscourant zien we dat er reclame gemaakt wordt voor sigarettenpapier van merk “Riz- la +” en “Goudron la +”. Eerder heeft Gambier overigens ook geprobeerd om sigarettenpapier op de markt te brengen onder eigen naam. (Zie foto) Dat de naam geassocieerd moest worden met de pijpenfabriek blijkt uit de letters die door pijpen gevormd worden.

De Bruyère pijpen van Gambier zijn mogelijk in Lyon gefabriceerd na de overname van de fabriek van Noël Frères in 1890. Zij produceerden namelijk al sinds 1880 houten pijpen. De houten pijpen die Gambier voor het eerst in de prijscourant van 1896 toont komen we sporadische tegen. Ze zijn overigens altijd voorzien van een Gambier merkje. (zie foto).

Enkele andere opvallende dingen die we bij de kleipijpen tegenkomen wil ik nog even opnoemen. De Marseillaises worden aangeduid met “Basque”, een benaming die we eerder in de lijst uit 1858 tegenkwamen. Nummer 939 “Permission de dix heures” wordt afgebeeld met om het gladde steeleind een benen of hoornen mondstuk. Een bekende fantaisie nr.1195 wordt hier “Thug” genoemd in plaats van “Nègre”. Een drietal néogènes met touwtje om het steeleind worden aangeduid met “Neofils”, een benaming die ook gebruikt werd in de lijst uit 1858. Een aparte pagina wordt getoond met “Pipes à nom émaillées”. 12 gladde steelpijpen worden hier getoond waarvan de stelen op verzoek geëmailleerd zijn met de naam van de gebruiker of met een reclametekst. Het is bekend dat er in Parijs ateliers waren die pijpen op verzoek emailleerden. Het lijkt voor de hand te liggen dat er een samenwerking is geweest tussen het magazijn te Parijs en deze ateliers. Een verzoek om een serie pijpen van naam of reclame te voorzien kon dan snel uitgevoerd worden.

Bekijk de catalogus

Catalogus 1894 Vve Hasslauer de Champeaux & Quentin successeurs

(Imprimerie Bour. R. St. Martin,192, Paris)

Dit is de meest uitgebreide catalogus van Gambier. In deze catalogus zijn inclusief de niet afgebeelde modellen 1250 verschillende pijpen opgenomen. Wat opvalt is dat in deze catalogus voor het eerst uitgebreid vermelding wordt gemaakt van gekleurde etiketten die om de steel geplakt werden. Zo zien we blauwe “grande marque” etiketten, rode “crême gambier” etiketten, groene “flamande” etiketten en speciale “jean nicot” etiketten. Het gebruik van een reclameplakker op de steel zal dus ergens rond 1890 voor het eerst toegepast zijn.

Wordt in de catalogus van 1886 alleen nog vermelding gemaakt van het gebruik van witte klei in verschillende kwaliteiten, in 1894 zien we veelvuldig de vermelding dat bepaalde modellen leverbaar zijn in witte, rode en zwarte klei. Ook het leveren van de zgn. gecalcineerde modellen is nieuw.

Een grote groep nieuwe modellen wordt gevormd door de flamandes, pijpen met eenvoudige decoraties gegroepeerd als “flamande à tuyau courts” en “flamandes longues”.

Achter in de catalogus vinden we een grote serie pijpen waarbij een caoutchouc steel met een nikkelen bus verbonden is aan de pijp. Deze “têtes montées avec viroles nickelées” worden geleverd in terre blanche, terre rouge en terre noire, geëmailleerd en gecalcineerd.

Deze modellen worden in doosjes van 1 of 2 dozijn verpakt.

Nieuw in deze catalogus zijn ook de pompadours. (blz.125) Voor deze serie zijn zes bestaande modellen genomen die met een fijn decor van bloemen en ranken versierd zijn. Bij de pompadour pijpen zijn de bloemranken die op de kop en de steel in reliëf aanwezig zijn ingekleurd met schilder emaille en de contouren van de bloemranken zijn met goudverf gekleurd wat door Gambier aangeduid werd met “ornements dorés & émail cloisonné”.

Op de laatste drie bladzijden van deze catalogus vinden we voor het eerst pijpen die gemerkt zijn met Noël – Lyon. Het gaat om de zgn. “Pipes Magnétiques”. Ze zijn gemaakt van een wat gelige klei en zijn gelakt met beigekleurige lak. Om het mondstuk zit een touwtje gewonden. Ze komen ook voor met zgn. “mille point” emaille. In de catalogus worden de pijpen niet apart benoemd maar vallen uiteen in twee groepen: de “Pipes Magnetiques Longues” en de “Pipes Magnetigues Courtes”. Het bedrijf van Noël was vier jaar voor het verschijnen van deze catalogus overgenomen door Gambier en blijkbaar wordt in deze periode nog het oorspronkelijke merk met Lyon op de pijpen gezet. Latere pijpen van Noël worden met Noël – Paris gemerkt.

Bekijk de catalogus

Catalogus 1905 Vve Hasslauer de Champeaux & Quentin successeurs

(Imprimerie Bour. R. St. Martin,192, Paris)

Deze dunne catalogus is in feite bedoeld als supplement op de grote catalogus van 1894. De bladzijdennummering gaat ook verder waar hij in 1894 ophielt. Achter het voorblad is een nomenclature. In dit boekje zien we 84 modellen afgebeeld. Grappig is te zien dat een paar oude modellen opnieuw uitgebracht worden. Zo is nr.228 “Belge fine Napoleon” een pijp die daarvoor alleen in de catalogus van 1840 te zien was. Nr.1407 “Happy Jack” wordt in deze catalogus uitgebracht met een nieuwe naam en vormnummer.(nr.1636 “Le Houilleur”) Bij de nieuwe manchetpijpen valt nr.1499 “Bahut de St.Cyr het meest op. Dit model bestond al eerder bij Gambier als gelegenheidspijp zonder nummer maar wordt in deze catalogus voor het eerst opgenomen in het normale assortiment. Voor het eerst komen we een aantal pijpaarden figuurtjes tegen voor in de schiettenten. Een aantal leuke fantaisies wordt aan het assortiment toegevoegd waaronder 5 dierfiguren. (1600 t/m/ 1604). De nrs. 1671 en 1672 zijn twee pijpen van uitzonderlijk model. Er worden 8 nieuwe flamandes getoond en nieuw is een groepje pijpen waarvan de ketel en steel met bloem- of wijnranken versierd is.(1644, 1645, 1647, 1648 en 1649).

Bekijk de catalogus

Catalogus 1908 Société anonyme de la fabrique Gambier

Lith. La Champagne Chalons & Marne

Kennelijk was er vrij snel na het uitbrengen van het supplement van 1905 behoefte aan een meer handzame eigentijdse catalogus. De lay-out van deze catalogus is anders dan de catalogi die we hiervoor zagen. De voorzijde van de catalogus in opvallend oranje wordt gebruikt om de importantie van het bedrijf aan te geven. Er staat aangegeven dat de dagelijkse productie van pijpen op dat moment 30.000 stuks was en dat er 2500 modellen beschikbaar waren.

De eerste twee bladzijden worden gebruikt om aan te geven welke groepen van pijpen te vinden zijn in de catalogus, en om de verpakkings- en transportkosten toe te lichten binnen Frankrijk met behulp van een afstandentabel.

Binnen een art-nouveau omlijsting in bruin drukwerk worden de pijpen gegroepeerd afgebeeld op een blauwe ondergrond. Rangschikking in waaiervorm wordt afgewisseld met rijtjes horizontaal afgebeelde pijpen. Totaal 8 bladzijden worden gebruikt om de pijpen af te beelden. Prijzen en omschrijving van de afgebeelde pijpen vinden we op aparte bladzijden naast de afbeeldingen. Eén bladzijde wordt gebruikt om Noël pijpen af te beelden. De achterzijde van deze catalogus wordt gebruikt om reclame te maken voor tegels uit de aardewerkfabriek van Gambier. Wat opvalt in dit boekwerkje is dat veel pijpen geëmailleerd afgebeeld worden. Dit is vooral goed te zien bij de figurale manchetkoppen. Veel nieuwe modellen komen we niet tegen in deze catalogus. Een groep figurale sigarettenpijpjes is aan het assortiment toegevoegd. Verder zien we bij de met nikkelen bus gemonteerde pijpen een aantal nieuwe modellen waaronder de nummers 2026 en 2027, gladde néogènes met op de voorzijde van de ketel een medaillon welke voorzien kon worden met een reclamedrukwerk op verzoek. Ook de bekende “Souvenir de Bruxelles” (2019) en de brullende “Lion” (2028) zijn nieuw. In de nomenclatuur op bladzijde 17 wordt een bijzondere Jacob vermeld. Het om nummer 2018, een gemonteerde Jacob gebaseerd op het met manchet uigevoerde model 1048. Deze zeer schaarse Jacob is helaas niet afgebeeld. Bij de manchetpijpen zien we 4 mooie Hongroise modellen (2014 t/m 2017) die  lijken op de nrs. 205 en 206 uit de catalogus van 1840. Verder zijn het vooral de modellen van weleer die de boventoon voeren.

Dit is de laatste catalogus van Gambier waarin getracht wordt zo uitvoerig mogelijk het modellen assortiment te tonen. De al teruglopende pijpenproductie komt bijna volledig stil te liggen in de Eerste Wereldoorlog waarbij het grootste deel van de pijpenfabriek door de bezetter gebruikt wordt als militair hospitaal. Na de oorlogsjaren is er te weinig geld om het bedrijf een nieuwe impuls te geven en loopt de productie is snel tempo terug. Uit deze laatste fase van het eens zo wereldberoemde bedrijf is alleen nog een reclameaffiche bekend waarover hieronder meer.

Bekijk de catalogus

Reclameaffiche 1918 Pipes Gambier

Dit is voor zover bekend het laatste reclamedrukwerk van Gambier. In plaats van een boekwerkje om de pijpen naar keuze in op te zoeken is een drastisch ingekrompen assortiment te zien in miniatuurformaat op een affiche. In totaal worden 152 pijpen afgebeeld ingedeeld in een aantal groepen. In hoofdzaak bestaat het assortiment nog uit gladde steelpijpen. Slechts enkele figurale steelpijpen worden nog geleverd zoals de “fantaisie Jacob” en een 3-tal “Marseillaises”. Opvallend is het dat de grootste steelpijp van Gambier de “Omnibus” nog steeds leverbaar is. Van het eens zo spectaculaire aanbod aan figurale gezichtpijpen met manchet zien we alleen nog de doodskop en 3 Jacobspijpen terug. Verder zijn er 17 pijpen afgebeeld die gemonteerd zijn met nikkelen bus en caoutchouc steel. Hier zijn een aantal nieuwe modellen te zien die vermoedelijk rond 1910 geïntroduceerd zijn. (Matelot du Bayard, Méphistophèles, Coq chantant, Vercingètorix, Cheval, Turco en Alsace) Het gaat in aantal gevallen om modellen van steelpijpen uit het verleden, nu uitgevoerd als gemonteerde pijp. Zo is Matelot afgeleid van nr.1478 “fantaisie Marin” en Vercingètorix van nr.1289 “fantaisie Guerrier Franc”. Van andere Franse bedrijven zijn uit dezelfde periode ook affiches bekend zoals de fraaie, in kleur uitgevoerde affiche van pijpenfabrikant Job Clerc. In vergelijking tot dit drukwerk is het affiche van Gambier wat armoedig en goedkoop uitgevoerd waarmee wel duidelijk wordt dat het bedrijf in de naoorlogse jaren er slecht voorstond. Dit wordt bevestigd met de sluiting van de pijpenmakerij in 1926.

Bekijk de catalogus