Fabrieksgeschiedenis

Historie van de firma Gambier te Givet

In het kort wil ik de historie van de firma Gambier beschrijven. Er is meer informatie beschikbaar die op dit nog niet vrijgegeven wordt omdat het onderzoek nog loopt. In een later stadium wordt deze informatie gepubliceerd. Het is opmerkelijk dat ondanks de naamsbekendheid en het belang van Gambier voor de pijpenindustrie de geschiedenis nog nooit goed beschreven is. Dit heeft in belangrijke mate te maken met het gegeven dat er geen bedrijfsarchief bewaard is gebleven. Het archief van de fabriek is in 1956 grotendeels verloren te zijn gegaan bij een brand die twee en een halve dag duurde. (1) Ook schijnt een deel van het archief en reclamemateriaal aan het einde van de tweede wereldoorlog meegenomen te zijn naar Canada door geallieerden die in de winter van 1944 in het fabriekspand verbleven. Dit is tot op heden echter nog niet bewezen.

Er zijn de nodige publicaties geweest over het bedrijf van Gambier waarvan de meest complete toch wel door Don Duco in ‘Pijpelijntjes’ in 1980 en 1981. In een aantal artikelen wordt hier de historie maar ook de vorm en versiering van de Gambierpijp toegelicht.

Jean Gambier, de grondlegger.

1780 wordt beschouwd als het oprichtingsjaar van de firma Gambier in Givet. Het jaar 1780 lijkt ook goed aan te sluiten bij het openen van een kleimijn in Niverlée in 1779.

De grondlegger van het bedrijf is Jean Gambier, die van oorsprong uit de omgeving van Dieppe kwam. Guy Declef heeft in zijn publicatie “Les pipes en terre de Givet” uit 1987 vermeld dat Jean Gambier uit de regio Dieppe stamt en in 1780 naar Givet is gekomen.
In de regio van Dieppe waren in de 18e eeuw veel pijpmakers actief dus lijkt het voor de hand te liggen dat hij daar het pijpmakersvak geleerd heeft om dit later in zijn eigen bedrijf in Givet uit te gaan oefenen.

Beginperiode in Givet

De zogenaamde ‘Hollandaises’, pijpen naar Hollands model, waren in de beginperiode het belangrijkste binnen het modellenassortiment van Gambier. In het begin van de 19e eeuw
gekroonde 17werd de figurale kleipijp steeds populairder. In eerst instantie werden de steelpijpen van decoraties voorzien maar de komst van de manchetpijp met een inzetsteel van hout of andere materialen bood de ontwerpers ongekende mogelijkheden om fraaie, figurale koppen te ontwerpen. Welk bedrijf als eerste figurale manchetpijpen heeft ontworpen is niet bekend maar het is zeker dat deze pijpen bij Gambier al in een vroeg stadium aan het assortiment toegevoegd werden. Bij de rokers was het roken uit een ‘tête de pipe’ enorm in trek, steeds meer pijpenfabriekjes werden opgericht en gingen dergelijke modellen produceren. Er werd goed gekeken naar de producten van de concurrent en de modellen werden veelvuldig gekopieerd van elkaar.Piperie JG2 zf

Het bedrijf van Gambier, gevestigd aan de Rue Royale (tegenwoordig Rue Oger) in Petit Givet (Ardennes), groeit steeds verder uit en weet al snel naam te verwerven. Zijn producten staan bekend om de goede kwaliteit en mooie afwerking. Een opvolger van Jean Gambier is kleinzoon Joseph, deze neemt rond 1817 het bedrijf over en weet het succes van Gambier verder te continueren en uit te bouwen. Het bedrijf verwerft in een aantal stappen nieuw terrein waarop het bedrijf steeds verder uitgebreid kan worden. Rond 1820 schijnt het eerste echte fabriekspand gebouwd te worden op de achterliggend terreinen. Dit gebouw met een aantal verdiepingen is nu nog steeds te zien al is het op dit moment in erbarmelijke staat. De aankoop van terrein gaat door met het groeien van het bedrijf, en uiteindelijk komt de bebouwing tot de Rue Soupirs (tegenwoordig Rue André Bouzy). Een vermelding uit 1827 geeft het volgende aan: “A Givet on trouve une fabrique de pipes de terre, qui donne 15.000 grosses de pipes”. Dit komt dus ongeveer neer op een productie van 6500 pijpen per dag. (2)Rue de l'arbre sec

De afzet van de pijpen van Gambier gebeurt rechtstreeks vanuit de winkel bij de fabriek en later via verscheidene depots in Frankrijk. Het belangrijkste verkooppunt is gevestigd in de Rue de l’Arbre sec nummer 20 in het 1e arrondissement van Parijs. Het is bekend dat op dit punt al in het eerste kwart van de 19e eeuw de pijpen van Gambier verkocht werden. Dit adres is tot 1892 gebruikt als verkooppunt, dit oorspronkelijke pand is helaas in 1893 gesloopt tezamen met naastgelegen panden.  Op deze plaats is in datzelfde jaar een groot pand van warenhuis Samaritaine geopend.

 Opvolging door Hasslauer.

Toen de laatste telg uit de Gambierfamilie zich terugtrok uit het bedrijf en er geen opvolger meer was is het bedrijf in 1835 overgenomen door Marie Louis Minervin Hasslauer.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA
Deze Hasslauer is niet bekend als pijpmaker maar heeft wel een familierelatie met Louis Fiolet uit Saint Omer, de grote pijpenfabrikant uit de regio Nord- Pas de Calais. Vanaf deze overname komt de naam van Fiolet ook voor op briefhoofden en catalogi. Er werden goede afspraken gemaakt over de modellen en verkoop van pijpen. De samenwerking moet zeer vruchtbaar zijn geweest want de groei gaat bij beide bedrijven onverminderd door. In deze periode wordt ook een groot fabrieksgebouw in gebruik genomen om alle medewerkers te kunnen plaatsen. Dit robuuste gebouw staat dwars op het terrein wat ligt tussen de huidige Rue Oger en Rue André Bouzy. Dit vier etages tellende gebouw is op dit moment in gebruik als school, het Lycee Vauban.

Overname Blanc-Garin, Givet

Uitbreiding in de richting van de Maas kan plaats vinden als in 1866 de andere grote pijpenfabriek uit Givet overgenomen wordt door de eigenaren van Gambier. Het gaat om de fabriek Blanc-Garin & Guyot die hetzelfde genre kleipijpen produceerde als Gambier. De concurrentie tussen beide bedrijven moet erg groot zijn geweest, over en weer werden er modellen gekopieerd. Blanc-Garin zette op sommige producten zelfs het JG merkje, dit merk werd door Gambier op alle pijpen gezet en verwijst naar de oorspronkelijke oprichter Jean Gambier. Gambier tegel2In deze periode bereikt de fabriek zijn grootste omvang, er zijn dan ongeveer 600 mensen in dienst bij Gambier. Het modellenassortiment ligt dan rond de 1400. De verworven gebouwen en terreinen van Blanc-Garin boden de kans om naast pijpen ook catalogue Gambierkeramische producten te maken. Vuurvaste tegels en pijpenpotten voor in de oven werden al gemaakt maar in de nieuwe gebouwen werd ook een productielijn voor o.a. geglazuurde tegels ondergebracht. De ‘Carreaux Gambier’ zijn aan de achterzijde gemerkt met een zon en het JG merk in reliëf. Er zijn een aantal catalogi bekend met de ‘Produits Ceramiques Gambier’ waarin allerlei fraaie tegeltableaus staan afgebeeld. Een onder verzamelaars bekend voorbeeld is een reclametegel voor Gambier pijpen.

Overname Noël frères, Lyon.

De omzet in kleipijpen wordt naar het einde van de 19e eeuw telkens minder maar Gambier blijft een succesvolle onderneming met DSC00165een enorme afzet aan pijpen. Verschillende catalogi worden uitgebracht en het modellenassortiment groeit met het uitbrengen van een nieuwe catalogus nog steeds. In 1890 neemt Gambier concurrent Noël frères uit Lyon over, een bedrijf waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1808. Door deze overname kon de marktpositie van Gambier in het zuiden van Frankrijk verbeterd worden en kon er een productielijn voor de productie van Bruyère pijpen toegevoegd worden. Noël is een populair merk, we zien dat dit merk gezet blijft worden tot het jaar dat de pijpenproductie wordt stopgezet. Het merk Noël komt voor op verschillende modellen, ook modellen die van origine van Gambier zijn worden soms voor de export naar Amerika voorzien van het Noël merk.

De 1e Wereldoorlog, het laatste hoofdstuk voor Gambier.

De jaren tot de 1e Wereldoorlog weet het bedrijf van Gambier nog steeds succesvol te produceren al zet de daling qua omzet en daaraan gekoppeld het aantal medewerkers gestaag door. De familie Hasslauer is na het overlijden van de weduwe Hasslauer niet meer bij het bedrijf betrokken. De jaren van de eerste wereldoorlog hadden grote gevolgen voor het bedrijf. De Wereldoorlog die in 1914 uitbreekt legt de productie volledig stil, de fabriek wordt door de Duitse troepen in gebruik werd genomen als Kriegslazaret. De meeste mallen worden in stukken gezaagd en afgevoerd door de bezetter. Hierdoor is er vrijwel niets bewaard van de enorme voorraad pijpvormen die Gambier ooit had. Een aantal mallen van fantaisie-modellen zijn terecht gekomen in Polen waar een lokale pijpmaker in de jaren ’70  gedurende een aantal jaren replica’s maakte. Ook zijn een aantal van de kapot gezaagde mallen in de oorlogsjaren in de buurt van de fabriek verstopt. Hiervan zijn er een aantal terug gevonden met een metaaldetector.

Quentin- Paris

In de jaren na de eerste Wereldoorlog wordt de productie weer opgestart maar het aantal modellen wat geproduceerd kan worden is beperkt o.a. door de diefstal van de mallen door de bezetter. In 1923 wordt de Société verkocht aan vader en zoon Quentin uit Parijs.  Reklamekaartje0001Deze familie Quentin was al vanaf 1893 mede-eigenaar van het bedrijf toen de firma verder ging onder de naam Maison Gambier “Sociéte Vve. Hasslauer, de Champeaux & Quentin”. De aankoop door Quentin in 1923 zal naast de pijpenfabriek in belangrijke mate gedraaid hebben om de keramiekfabriek, de productie van pijpen liep al op zijn eind. Voor de eerste wereldoorlog werkten er nog meer dan 100 arbeiders in de pijpenfabriek, in 1923 zijn dat er nog een kleine 40. In mijn verzameling bevinden zich een aantal pijpen uit deze laatste periode. Ze zijn begin jaren ’30 door een verzamelaar in Parijs gekocht en vallen op door de slechte kwaliteit. Er zijn een aantal pijpen bij uit de “Crême” serie, gemaakt van klei met een doffe, kalkachtige structuur. De sticker “Crême Gambier” zit nog op de steel maar op de hiel ontbreekt zelfs het JG-merkje. Gambier had te maken met concurrenten die goedkope pijpen op de markt brachten, door het vele handwerk werd het handhaven van de kwaliteit van oudsher te tijdrovend. Tevens zijn er steeds minder arbeiders beschikbaar die het pijpmakersvak beheersen. Plannen om pijpen automatisch te kasten zijn nooit gerealiseerd, de investeringen waren te groot om terug te verdienen met de productie van de kleipijp. De pijpenfabriek wordt al drie jaar na de verkoop in 1923 gesloten, de gebouwen worden verkocht aan twee steenkolenhandelaren. Ook al is 1926 het officiële sluitingsjaar van de pijpenfabriek, de verkoop gaat nog de nodige jaren door. Er zijn nog grote voorraden pijpen in de kelders van de fabriek waaruit verkocht werd.
Een emailleer-oven blijft ook nog een aantal jaren in gebruik om pijpen uit de voorraad te emailleren. Dit werd gedaan door monsieur Badre en een drietal dames.

Hieronder een advertentie van een Parijse groothandel Bacou uit 1929. Deze bood in dat jaar nog steeds verschillende modellen van Gambier aan.

Advertentie Baccou

 Oude voorraden in de voormalige pijpenfabriek.

Dat er grote hoeveelheden pijpen in de kelders van de “fabrique neuve” waren wordt ondersteund door het verhaal van verzamelaar Guy Declef. Hij heeft mij ooit verteld dat de zijn vader aan het einde van de 2e Wereldoorlog een aantal pijpen heeft opgeraapt bij de Gambierfabriek die toen door de geallieerden bezet was. In de koude wintermaanden van 1944 zochten de soldaten hout om mee te stoken. In de kelders van de fabriek bleken honderden kisten met onverkochte pijpen te staan. De kisten werden op het fabrieksplein leeggestort en de kisten konden verbrand worden. Ter vermaak reden de soldaten met hun jeeps over de bergen pijpen of schoten koppen kapot met hun geweren. In die tijd heeft de vader van Guy een aantal koppen opgeraapt. Later is dit verhaal mij bevestigd door een Amerikaanse nazaat van een der geallieerde soldaten. Zie hieronder het verhaal van deze inmiddels overleden soldaat:

 

This is his story: These clay pipes were found by Lawrence V. Compton in the town of Givet, France. He was in the Army Corps of Engineers during the Second World War, and was assigned the task of having sidewalks built. He was told to use these pipes as building material by the Major in charge. They were piled up in a huge pile in one corner of a factory where they were manufactured. The factory was closed, and the machinery was disconnected and pushed over to one end of the room. He rescued some of the unbroken ones and had them shipped home.

De familie van deze soldaat heeft nog een Dionysus presentatiepijp in bezit die hij in1944 op het fabrieksplein gevonden had.

Er moeten dus in de omgeving van Givet op diverse plaatsen pijpen ter verharding onder het wegdek liggen. Hieronder een foto van een doos pijpen die nog in bezit is van de familie Compton, deze pijpen opgeraapt op het fabrieksplein en meegenomen als souvenir.

Givetpijpen

 

 

 

 

 

 

 

 

Don Duco van het Amsterdam Pipe Museum heeft na archiefonderzoek in Charleville- Mézières de productiecijfers van Gambier op een rijtje kunnen zetten door deze te berekenen aan de hand van het aantal arbeiders in de periode 1850 – 1926. Deze cijfers zijn doen je bijna duizelen. Op het hoogtepunt in de jaren ’60 van de 19e eeuw worden er rond de 50 miljoen pijpen per jaar geproduceerd! Dit geeft de omvang en importantie van deze fabriek goed weer. Als je kijkt naar de vormenrijkdom, de wereldwijde bekendheid en de lange geschiedenis van Gambier dan is het teleurstellend dat er in de gemeente Givet eigenlijk geen belangstelling is voor de geschiedenis van de kleipijp. Het oudste gebouw wat nog overeind staat op het voormalige fabrieksterrein staat met dichtgemetselde ramen te wachten op sloop. Eerdere pogingen van de familie Declef om een pijpenmuseum te beginnen in Givet zijn op niets uitgelopen.

Givet 001

 

De terreinen van Gambier in vogelvlucht. Op de achtergrond de grote pijpenfabriek, op de voorgrond de

keramiekovens waarvan de schoorstenen door het dak naar buiten steken.

 

 

 

 

 

 

 

1) Les pipes en terre de Givet, 1987

2) Forces Productives et commerciales de la France, 1827

3) Pijpenlijntjes, De historie van de Gambierfabriek, 1980